Herman Brood

Van 29 januari tot en met 28 maart 2016 wijdde Museum Jan van der Togt een tentoonstelling aan het werk van Herman Brood, die dat jaar 70 zou worden. De expositie toonde schilderijen en tekeningen uit een aantal privécollecties, waaronder van de familie Brood.

Herman Brood (1946 – 2001) schilderde zoals hij in het leven stond: vol overgave, snel en zonder concessies te doen. Hij was een bewonderaar van de Cobra beweging en in het bijzonder van Lucebert. “Van mijn dochter steek ik veel op. Dat deed Lucebert ook. Soms vraag ik mij af of hij alles zelf heeft gemaakt of een van zijn kinderen.” Ook liet Brood zich beïnvloeden door pop art-kunstenaar Robert Rauschenberg en abstract expressionist Jackson Pollock.

“Uw zoon is kleurenblind, maar dat is geen ramp. Hij kan alles worden behalve beeldend kunstenaar”, vertrouwde de schoolarts de moeder van Brood toe. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde toch. “Ik tekende al op zeer jonge leeftijd en heb mijn hele leven geweten dat ik kunstschilder zou worden. Na de kleine formaten op papier groeide langzaam mijn zelfvertrouwen en ging ik steeds grotere doeken maken.”

In zijn schilderijen koos Brood vooral voor primaire kleuren. Met zwarte verf voegde hij soms teksten of gedichten toe. “Het gebruik van slogans kan je weer terugvoeren op stripverhalen. Ik wil een beeld of situatie vastleggen. Een veeg of kleur is lang niet toereikend, laat staan een behangachtig patroon.”

In 2001 maakte Brood een eind aan zijn leven door van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam te springen. Zijn geest leeft echter voort in het omvangrijke oeuvre dat hij naliet.

Foto: Gerard Wessel Fotografie